Een ding is me vandaag weer eens temeer duidelijk geworden. Durf te vragen! Ik vraag aandacht; aandacht voor een bijzonder ambitieus maar ook maatschappelijk en educatief project dat naar wens verloopt maar een breder maatschappelijk draagvlak kan gebruiken.
Na drie bijzonder inspirerende lezingen van achtereenvolgens Commissaris van de Koningin de heer Wim van der Donk, Dennis Karpes van Naga Foundation en Nils Roemen van Durftevragen even de beurs rond en dan snel naar huis om de opgedane inspiratie letterlijk te verwerken. Drie boeiende verhalen van al even boeiende persoonlijkheden in de Brabanthallen tijdens de Business Meeting Brabant.
De heer van der Donk bijt het spits af met een zeer duidelijk en zakelijk verhaal. Kern daarbij is dat we andere economische grootmachten niet mogen onderschatten maar dat we in Brabant ook niet bang moeten zijn.

Het logo van de Naga Foundation. De schep zou hier als beeldmerk beter op zijn plaats zijn, maar dat heb ik helaas nog niet kunnen vinden.
Dennis Karpes, jarenlang DE man achter Dance4Life heeft een nieuwe uitdaging gevonden in de Naga Foundation. Dit project maakt de wereld echt beter! Te mooi en teveel om hier even te vertellen. Maar tegelijk eigenlijk te simpel om waar te zijn en daarom zo reëel en waardevol. Kijk even op hun site, bijvoorbeeld met de link hierboven. DOEN!
‘Lust but not least’ was het woord aan Nils Roemen van “Durf te vragen”. In een sprankelende lezing zet hij gemotiveerd aan tot het vragen om hulp. Voor de “Reconstructie Tuin der Lusten” hebben we nog zoveel vragen. Sommige zijn waarschijnlijk bijzonder simpel te beantwoorden, andere misschien onmogelijk maar toch het stellen waard. Hieronder een paar voorbeelden.
Waar kunnen we dit project het best uitvoeren zodat zoveel mogelijk belangstellenden enthousiast kunnen vertellen over onze ervaringen voor wat betreft de door Jeroen Bosch gebruikte materialen, technieken en werkwijzen?
Over de beschikbaarheid van de juiste historische pigmenten krijgen we volgende week de best mogelijke informatie, maar is er ergens nog eikenhout te koop zoals Jeroen Bosch dat gebruikte?
Hoe bereiken we het best groepjes mensen die geïnteresseerd zijn in een boeiende lezing over het “hoe en waarom” van de reconstructie?
Hoe krijgen we zoveel mogelijk ‘volgers’, bijvoorbeeld op Twitter via @henkgroenendaal?
Wat mag er niet ontbreken op onze website www.tuinderlusten.org die, zoals het er naar uit ziet, over een maand live gaat?
Wie heeft er nog project-gerelateerde vragen die wij misschien nog niet naar buiten hebben gebracht?
Hoe krijgen we mensen zover dat ze hieronder reageren op dit artikel?
Ook de tweede dag van Business Meeting Brabant heb ik twee geheel verschillende maar interessante lezingen bijgewoond.
Allereerst was het de beurt aan Albert Verlinde, als eigenaar van Albert Verlinde Entertainment, die op zeer professionele wijze een boeiend verhaal bracht over het wel en wee van zijn bedrijf. Na hem volgde Marcel Mingers met een losser maar niet minder boeiend relaas. Ook hij komt als de man achter onder andere Extrema Outdoor uit de entertainment branche. Als rode draad in beide lezingen komt duidelijk weer naar voren; breng een vonk over en blijf kort bij jezelf!
Ik kijk terug op twee boeiende dagen (dagdelen) Business Meeting die bijzonder inspirerend zijn voor het project RECONSTRUCTIE TUIN DER LUSTEN. Met dank aan de organisatie!
« Muurschilderingen Jheronimus Bosch Art Center Beste historische pigmenten dankzij donateurs en goed advies van Dr.Kremer! »

Hallo Henk,
Ik ben benieuwd hoe jullie lijstje met authentieke pigmenten er gaat uitzien. Vorige week heb ik bij Kremer pigmente nog een paar pigmenten en bindmiddelen besteld waarvan het zeer aannemelijk is dat de Vlaamse Primitieven (n Jeroen Bosch) er over konden beschikken. Op basis van inmiddels drie proefpanelen, wetenschappelijke publicaties én ‘voortschrijdend inzicht’ begint het assortiment pigmenten gaandeweg minder uitgebreid te worden.
Ik vraag me overigens af of het voor een verantwoorde reconstructie echt nodig is dat je over “Baltisch Eiken” met een respectabele ouderdom beschikt. Wanneer je kunt achterhalen welke soort eik er in aanmerking komt en je vindt daarvan een partij radiaal gezaagde c.q. gekloofde planken van een goede kwaliteit, dan ben je toch al een heel eind op weg. Met vriendelijke groet,
Jan Bustin